Langzaam zwollen haar tepels op, en ze vouwde snel haar armen over haar borst

Sam Kirk zat op zijn hurken en keek goedkeurend naar het resultaat van zijn werk. Niet slecht, al zei hij het zelf. Glimlachend stond hij op en veegde het krijtstof af aan zijn spijkerbroek. De glimlach veranderde in een grijns nu hij alles van bovenaf kon zien. Het leek wel een scène uit een politieserie. Op de saaie onslijtbare vloerbedekking had hij de vorm van een menselijk lichaam getekend. De tekening besloeg de halve vloer van het kantoor van zijn beste vriendin annex zakenpartner. Om het geheel nog echter te laten lijken, had hij haar dossierkast overhoop gehaald, boeken van de plank gegooid en de laden van haar bureau opengezet. Met wat van dat speciale gele tape dat hij via een vriend die bij de politie werkte had geregeld, barricadeerde hij haar kantoordeur. ‘Delaney gaat door het lint als ze dit ziet,’ klonk een stem pal achter hem. Het was Debby, de receptioniste. ‘Ja, dat weet ik. Dit wordt echt lachen,’ zei Sam, uitermate tevreden met zichzelf.

Debby keek hem aan met een blik waaruit duidelijk sprak dat ze hem maar vreemd vond. Ze werkte pas een maand voor X-Pro, hun tijdschrift over extreme sporten, en was nog niet aan de dynamische bedrijfscultuur gewend. Wanneer ze hier eenmaal wat langer was, zou ze begrijpen dat Delaney en Sam elkaar graag in de maling namen. Elk jaar verzon hij een of andere spectaculaire stunt om haar te verrassen wanneer ze terugkwam van vakantie. Zo had hij eens de instellingen van de printer dusdanig veranderd dat alle pagina’s van het laatste nummer van hun tijdschrift in de verkeerde volgorde waren afgedrukt. Hij had een exemplaar van zo’n misdruk op haar bureau gelegd en vervolgens rustig afgewacht tot ze van vakantie op kantoor was teruggekeerd.

Ze was totaal overstuur geraakt, en het had hem een halfuur gekost om haar ervan te overtuigen dat niet de complete oplage van zestigduizend tijdschriften op deze manier de deur uit was gegaan. Of die keer dat hij op haar bureau al haar spullen had vastgelijmd. Haar nietmachine, perforator, computermuis, alles. Als klap op de vuurpijl had hij zelfs de wieltjes van haar stoel aan het tapijt gelijmd. Glimlachend dacht hij terug aan haar verbaasde gezicht, toen ze had gemerkt dat niets meer van zijn plaats te krijgen was. De overgebleven politiespullen in een tas proppend, waarschuwde hij zijn vijf personeelsleden: ‘Jongens, alsjeblieft niet lachen. Dit werkt alleen als we allemaal serieus

blijven.’ ‘Sam, mijn beste man, je houdt jezelf voor de gek,’ zei Rudy, hun ontwerper. ‘Geloof je nou echt dat ze hier in zal trappen?’ ‘Ik ben al tevreden al ze maar even twijfelt,’ zei Sam, op zijn horloge turend. Hij liep naar zijn kantoor, keek uit het raam en zag dat Delaneys parkeerplaats nog steeds leeg was. Fronsend bedacht hij dat hij haar gisteravond niet had horen thuiskomen. Ze woonde pal onder hem, hij had toch iets moeten merken. Aan de andere kant hoorde hij het vaak genoeg niet

als ze haar deur opende of sloot. Toen hij vanmorgen vroeg naar kantoor vertrok om alles in orde te brengen voor zijn grap, had haar auto gewoon op haar vaste parkeerplaats gestaan.

Te laat komen was niets voor Delaney. Vooral niet op haar eerste dag na twee weken vakantie. Meestal stond ze te springen om weer aan de slag te kunnen. Dat was nou net het heerlijke van eigen baas zijn. Het was nooit erg om naar je werk te gaan. Werken deed je voor je plezier, al was het vaak zenuwslopend en soms ook wel saai. Met zijn mobiel in zijn hand weerhield hij zichzelf ervan ook daadwerkelijk haar nummer in te toetsen. Hij gedroeg zich als een schoothondje dat zenuwachtig voor de deur zat te wachten tot zijn baasje thuis zou komen. Delaney was maar twee weekjes weggeweest, en toch had hij haar vreselijk gemist. Zijn blik viel op een foto die in een lijstje op het enige vrije plekje van zijn bureau stond. Er waren twee tieners op te zien, een lange slungel met kastanjebruin haar en een mager meisje met donkerbruin haar dat een joekel van een blauw oog had. Ze droegen allebei zwemvesten en wijd zittende surfbroeken. Hun gezichten waren gebruind door de zon, en de jongen stond breeduit te grijnzen, zijn arm om de schouders van het meisje geslagen. Het meisje keek tegelijkertijd boos en vastberaden de lens in.

De foto was genomen toen ze allebei zestien waren, in de zomer dat hij Delaney had leren surfen. Dat blauwe oog had ze opgelopen toen ze was omgeslagen en haar surfplank tegen haar hoofd was geklapt. Ze had niet eens gehuild, maar was nadat ze op adem was gekomen direct weer op haar plank geklommen om het nog een keer te proberen. Dat was nou typisch Delaney. Als ze iets wilde, ging ze er met volle kracht op af.

Zoals toen ze bij hem in de straat was komen wonen, bijvoorbeeld. Hij was toen twaalf geweest en had vol verbazing gekeken hoe een pezig tenger meisje uit de verhuiswagen naar buiten was gebuiteld. Ze was naar de plek toe gelopen waar hij en zijn vrienden slagbal aan het spelen waren. Op een zeker moment vloog de bal haar kant op. Ze plukte hem kundig uit de lucht en vroeg of ze mee mocht doen. Toen ze merkte dat de buurtkinderen weinig behoefte hadden aan haar gezelschap, pakte ze vastberaden de knuppel op, en met haar eerste slagbeurt wist ze iedereen ervan te overtuigen dat ze erbij hoorde. Dit was het begin geweest van een prachtige vriendschap, die vele stormen had doorstaan. Van ziekelijk jaloerse vriendinnetjes toen hij twintig was, tot het samen starten van een tijdschrift, met nauwelijks financiële middelen. Delaney was altijd het rustpunt in zijn leven geweest. Zij was de enige die hem begreep, die lachte om zijn grappen, die wist dat hij soms urenlang kon zwijgen, die niet raar opkeek als hij midden op de dag verdween om te gaan surfen of skaten, of om onverwacht op reis te gaan. Omdat ze allebei een appartement hadden gekocht in een oud pakhuis, hadden ze nu zelfs hetzelfde adres. Ze hoefde hem niet honderd keer per dag te vragen hoe hij zich voelde, of waar hij aan dacht. Ook had ze er geen enkele behoefte aan dat hij haar telkens weer verzekerde dat ze belangrijk voor hem was. Wanneer ze een keer haar zin niet kreeg, ging ze niet zitten mokken, of lopen drammen om hem op andere gedachten te brengen. Zijn telefoon rinkelde. Verstrooid nam hij op. ‘Sam,’ klonk de stem van

Debby. ‘Coco is hier en ze wil je spreken.’ Meteen was hij weer bij de les. Coco! Wat had hij fout

gedaan dat hij zo moest worden gestraft? ‘Kun je niet zeggen dat –’ begon hij ontwijkend. ‘Absoluut niet!’ onderbrak Debby hem. ‘Toen ik hier werd aangenomen, heeft Delaney gezegd dat ik nooit voor jou een excuus zou mogen verzinnen tegenover een van je vriendinnetjes.’ Zachtjes kreunde Sam in de hoorn ‘Het staat zelfs in mijn contract,’ voegde Debby er guitig aan toe. ‘Sorry.’ Hij zat nog naar de ingesprektoon te luisteren, toen eerst een weeïge zoete bloemengeur zijn neusgaten prikkelde, en vervolgens Coco met overdreven kleine pasjes zijn kantoor binnen trippelde. ‘Dag

lieverd,’ zei ze met haar aangeleerde kinderstemmetje

Sam moest zijn best doen om niet in elkaar te krimpen. Hoe had hij die stem ooit sexy kunnen

vinden? Zijn ogen gleden over Coco‘s twee voornaamste pluspunten, die goed voor de dag kwamen in een strak wit hesje. O ja, nu wist hij weer waarom hij die stem voor lief had genomen. Jammer voor haar, maar haar pronte cup D wekte totaal geen interesse meer bij Sammie, en die was al jaren zijn graadmeter als het om relaties ging. Als Sammie omhoog keek, zat het met de dame in kwestie wel goed. Bij Coco kroop zijn vriendje de laatste tijd alleen maar dieper in zijn schulp. Misschien kwam het door dat rare piepstemmetje. Of was het omdat hij had gezien hoe ze haar overdreven gecoiffeerde witte poedel vol op zijn mond had gezoend? Of omdat ze hem voortdurend ‘lieverd’ noemde? Waarschijnlijk lag het aan al deze dingen bij elkaar, plus het feit dat ze in elk gesprek weer begon over de fotosessie die ze voor zijn tijdschrift zou gaan doen. Coco leek ervan overtuigd dat hij degene was die haar kon helpen een carrière als fotomodel te beginnen. Keer op keer had hij haar verteld dat fotomodellen niet zoveel bij X-Pro te zoeken hadden. Langzaam maar heel zeker was hij zich terug aan het trekken uit hun relatie, die nu drie weken duurde. Hij beantwoordde haar telefoontjes mondjesmaat en verzon overwerk zodat hij ’s avonds, als ze met hem wilde gaan stappen, bezet was. Die tactiek had prima gewerkt – tot nu toe. ‘Hé, hallo,’ probeerde hij op warme toon te zeggen. Delaney maakte hem vaak uit voor lamlendige vrouwenversierder. Dat kon wel kloppen, maar hij was geen harteloze lamlendige vrouwenversierder. ‘Dag.’ Coco trok een theatraal pruilmondje. ‘Ik was toevallig in de buurt en ik vroeg me af of je zin hebt om uit lunchen te gaan.’ Met gefronste wenkbrauwen keek Sam op zijn horloge. ‘Het is tien uur in de ochtend.’ ‘Nou en? Jij bent hier toch de baas?’ Haar blik gleed over de omslagen van de afgelopen jaargang van X-Pro, die op een van de muren van zijn kantoor hingen. Steeds sneller schoten haar helblauwe kijkers, met steeds groter wordende pupillen, over de afbeeldingen van mensen op een skateboard, surfplank of mountainbike. ‘Dit is toch niet het enige tijdschrift dat je uitgeeft?’ vroeg ze vol ongeloof. Het kinderstemmetje was op slag verdwenen.

‘Jawel,’ antwoordde hij, ‘een tijdschrift over extreme sporten. Dat had ik je toch verteld?’ ‘Nee, je had gezegd dat je iets uitgaf dat Triple X heet.’ De ogen van Coco vernauwden zich tot kleine spleetjes.

Sam schoot in de lach. ‘X-Pro, Coco. Je verwart me met Hugh Heffner. Weet je wel? Die gast met een

huis vol lieve konijnenmeisjes?’ ‘Maar ik dacht…’ stamelde Coco duidelijk teleurgesteld. ‘Zoals ik vorige keer al zei…’ begon Sam. Opeens herinnerde hij zich dat dit de keer was geweest dat hij had gezien hoe Coco haar poedel zat te zoenen. ‘…eh, waar was ik? O ja, een goede vriend van mij is fotograaf. Ik wil hem best een keer opbellen. Misschien kan hij je verder helpen bij je… eh,

carrièreplanning.’ Gespannen hield hij zijn adem in, wachtend op het antwoord van Coco, die met een diepe rimpel in haar voorhoofd aan het nadenken was. Ze ging steeds moeilijker kijken. Denken deed haar zichtbaar pijn.‘Kun je hem nu niet bellen?’ vroeg ze na een tergend lange stilte. ‘Maar natuurlijk!’ riep Sam iets te enthousiast. ‘Wie weet heeft hij tijd om met je te gaan lunchen.’ Zonder nog een moment te verspillen, pakte hij de telefoon. Dit was nou precies wat Delaney niet van zijn liefdesleven begreep. Ze verweet hem altijd dat hij grossierde in gebroken harten. De vrouwen met wie hij uitging, waren echter net zozeer op een los-vaste verhouding uit als hij. Als het voorbij was, gingen beide partijen zonder problemen ieder hun weg. Ongeduldig met zijn vingers op het bureaublad trommelend, wachtte hij tot zijn vriend de fotograaf eindelijk zou opnemen. Opeens zag hij dat Delaney nog steeds niet op haar kantoor was. Waar zat ze nou in vredesnaam? Het kantoorgebouw van Mirk Publications bevond zich pal in het centrum van Melbourne. Het was te herkennen aan de lichtbak waarop in azuurblauwe letters de naam van het bedrijf stond.

Delaney Michaels had haar auto in een zijstraat neergezet en zat verdwaasd door de voorruit te staren. Straks zou ze de hoek om rijden, parkeren op haar eigen plaatsje en het kantoor

binnenlopen, dat vol zat met mensen die alles wilden weten over haar vakantie. Een kantoor vol

collega’s, en Sam. De gedachte dat ze straks Sam onder ogen zou moeten komen, ontnam haar alle moed. In plaats van op het parkeerterrein was ze in deze zijstraat gaan staan. Wanhopig probeerde ze door diep in- en uit te ademen tot rust te komen. Nog geen halfuur geleden was het prima met haar gegaan. Ze had duidelijk een einddoel voor ogen gehad en precies geweten wat ze tegen Sam zou zeggen. Toen had ze bedacht hoe verward en gekwetst hij haar zou aankijken, en meteen had ze geweten dat ze het hem niet kon vertellen. Maar het moest. Ze moest doorzetten. Of ze zou moeten accepteren dat ze straks als oude grijze vrijster van zestig nog steeds belachelijk wanhopig en ziekelijk verliefd zou zijn op Sam Kirk. Tandenknarsend van frustratie sloot ze haar ogen, luidruchtig schraapte ze haar keel. Toen ging ze rechtop zitten. Kom op nou! Ze had toch lang genoeg over haar besluit nagedacht? Vorige week had ze haar complete vakantie eraan opgeofferd. Eest had ze geconcludeerd dat haar leven een zielige vertoning was. Vervolgens had ze een plan gemaakt om dat armetierige bestaan drastisch te wijzigen. Aan dat plan zou ze zich nu moeten houden. Ze was geen lafaard en deinsde nooit terug voor een nare beslissing, dus dat zou ze nu ook niet doen. Het was alleen zo moeilijk.

Haar hele leven al was ze verliefd op dezelfde leuke, charmante, guitige, gevoelige, vrijgevige onverbeterlijke losbol. Natuurlijk was het dan niet zo vreemd dat ze zich zorgen maakte of ze het zou kunnen verdragen als die man volkomen uit haar leven zou verwijderen. Het was echter niet meer dan dat: koudwatervrees en plankenkoorts. Niets zou haar ervan kunnen weerhouden met haar plan door te gaan. Er stond gewoon te veel op het spel.

Het was maar goed dat ze had besloten haar vakantie bij haar zus door te brengen. Anders waren er nog meer jaren voorbij gevlogen voordat ze tot deze belangrijke beslissing was gekomen. Bij haar zus had ze van dichtbij kunnen zien wat familiegeluk betekende. Als een donderslag bij heldere hemel was haar opeens duidelijk geworden wat er in haar leven ontbrak. Ze wilde een echtgenoot en kinderen. Van die kleine lieve wezens die tegen je aan kropen in bed, die om niets in huilen uitbarstten en je vragend aankeken met een snottebel aan hun neus. Zolang ze verliefd was op Sam, kon ze dat wel vergeten. Hoe zou ze ooit een man kunnen vinden die ze aardig vond, als Sam elke dag in haar leven was? Alleen al het feit dat ze over andere mannen dacht in termen van aardig vinden in plaats van liefde, sprak boekdelen. Eigenlijk was ze een zielig geval. Die sukkel had nog steeds niet door wat ze voor hem voelde. Dat was al zo geweest toen ze als tienermeisje met grote hertenogen verliefd om hem heen had gedraaid. Achteraf kon ze slechts blij zijn. Ze had vaak genoeg gezien hoe het de meisjes verging aan wie Sam wel zijn aandacht schonk. Zo’n meisje mocht zich een tijdje koesteren in de warme zon van zijn aandacht, tot een ander zijn interesse opwekte. Dan werd ze genadeloos levenslang verbannen naar de Siberische sneeuwvlakte Nee, Delaney was er al snel achter gekomen dat ze het beste gewoon zijn maatje kon blijven, zijn zakenpartner met wie hij elke dag alle dingen besprak. Dat was beter dan alles riskeren voor een paar momenten van opperst geluk. Met dat compromis had ze prima kunnen leven. Waar het seks betrof, kwam ze trouwens heus wel aan haar trekken. Ze had tenslotte ook behoeftes. Die eenzame sessies in haar slaapkamer, vol fantasieën over Sam, bevredigden haar echter slechts gedeeltelijk, dus had ze door de jaren heen heel wat minnaars versleten. Haar liefde voor Sam was er niet minder door geworden. Integendeel, ze had sommige van haar aanbidders zelfs gekwetst omdat ze zich emotioneel voor hen bleef afsluiten. In ieder geval was ze niet met haar onbeantwoorde liefde in een ivoren toren zielig gaan zitten sippen. Eigenlijk had ze het zo best goed voor elkaar: seks als ze er behoefte aan had, en Sam voor altijd in haar leven. Perfect, toch? Ware het niet dat het tijd was volwassen te worden en de feiten onder ogen te zien. Als ze een echtgenoot en kinderen wilde, zou ze Sam voor altijd uit haar gedachten en haar gevoelens moeten bannen.

Met betraande ogen staarde ze uit het autoraam. Ze wist maar al te goed wat het betekende als Sam geen deel van haar leven meer zou uitmaken. Hij was haar beste vriend, haar zakenpartner, degene die haar gedachten kon lezen. Niemand op aarde kon haar zo doen lachen, of haar zo blind van woede maken. Sam kwijtraken was alsof ze een arm of een been zou moeten afstoten, of haar hart. Ze kon het zich niet veroorloven halve maatregelen te nemen. Als ze vrienden met Sam zou blijven, zou ze haar toekomstige echtgenoot bedriegen. Ze moest haar hart openstellen voor de liefde van iemand anders. Haar maag kwam in opstand bij de gedachte alleen al. Hun levens waren tot in het absurde met elkaar verbonden. Ze werkte elke dag met hem samen en was zelfs zijn

benedenbuurvrouw! Daarbij was ‘samenwerken’ zwak uitgedrukt. Sam en zij waren mede-eigenaars van hun tijdschrift. Afscheid van Sam was inderdaad bijna hetzelfde als een amputatie. Toch moest het gebeuren. Haar liefde voor hem zou niet zomaar verwelken. Het duurde nu al zestien jaar, en nog steeds was het even hevig als in het begin. De keus die ze moest maken, was duidelijk: Sam of een eigen familie. Delaney klemde haar handen om het stuur en probeerde de zoveelste paniekgolf te onderdrukken. Ze moest praktisch gaan nadenken. Het was al kwart over tien, en ze wist dat op haar werk een enorme stapel papier op haar lag te wachten. Zonder verder te dralen, startte ze haar auto, reed de hoek om en parkeerde op haar eigen plaatsje bij het kantoor. Haar auto afsluitend, keek ze opzij, en voor het eerst bracht de aanblik van de roodwitte Mini Cooper in het vak naast haar geen glimlach op haar gezicht. Zo erg ben ik er dus aan toe, concludeerde ze, vol tegenzin naar de ingang lopend. Bij de deur moest ze opzij springen toen een opvallende verschijning plotseling naar buiten kwam stormen. ‘Hé, kun je niet uitkijken?’ riep de vrouw verontwaardigd. Haar roze lippen waren samengetrokken van woede. Delaneys ogen dwaalden van de stroblond geverfde haren naar de ongelooflijk blauwe ogen. Vervolgens daalde haar blik af naar de onnatuurlijk rechte neus, de lichtgevende mond, om uiteindelijk te stranden bij de overweldigend grote borsten, die bijna uit het strakke witte hesje barstten. Ongelooflijk! Delaney had moeite niet ongegeneerd te staren. En zij was nog wel een vrouw! Kon je nagaan hoe mannen op dat uitzicht reageerden. Die arme stakkers hadden echt geen schijn van kans.

‘Neem me niet kwalijk,’ mompelde ze, opzij stappend. De Dolly Parton-imitatie schonk haar een zuur glimlachje en liep heupwiegend langs haar heen in de richting van het parkeerterrein. Delaney zag de billen van de vrouw op het ritme van haar op het asfalt tikkende hoge hakken heen en weer wiegen in het strakke minirokje. Dat is nou een echte professional, dacht ze bewonderend, zij zet zich altijd en overal in voor het einddoel. Het was gewoon niet voor te stellen dat zijzelf er ooit zo uit zou zien. Of dat ze zo zou lopen, of zich op een dergelijke manier gedragen. Dolly Parton en Delaney Michaels kwamen van een andere planeet. Ze tuurde naar haar eigen slanke jongensachtige lichaam met de kleine borsten. Als de maat klein viel, had ze cup B, maar gewoonlijk was cup A voldoende.

De bekende vrouwelijke vormen – brede heupen en een slanke taille – waren ver te zoeken. Alles liep bij haar in een rechte lijn naar beneden. Gelukkig was er wel iets waarmee ze het tegen andere vrouwen kon opnemen. Haar benen waren lang en slank. Zo was ze bijvoorbeeld bijna tien centimeter langer dan Dolly, en dat kwam vooral door haar benen. Ook was haar weleens verteld dat ze een lekker strak kontje had.

Zuchtend veegde ze een lok uit haar ogen. Waarom stond ze zichzelf op de stoep van haar eigen kantoor zo kritisch op te nemen? Omdat ze heel goed wist wat Dolly daarnet binnen had gedaan. Of beter gezegd: met wie ze wat had gedaan. Zichzelf vermannend, duwde ze de deur open en liep naar de receptie van hun kleine kantoorruimte. Debby keek op van haar computer en verwelkomde

Delaney met een warme glimlach. ‘Hé, kijk eens wie we daar hebben? Goed dat je er bent. Sam maakt ons bloednerveus door elke vijf minuten te vragen of we je al hebben gezien.’ Delaneys verraderlijke hart begon sneller te kloppen, maar ze besloot het te negeren. Ze was ondertussen wel gewend aan het overdreven gebonk als Sam in de buurt was. Dat kreeg je er gratis bij als je zinloos verliefd was op je beste vriend. ‘Het is ook zo’n opgewonden standje,’ zei ze. Toen ze zag dat Debby

bij deze woorden heftig bloosde, wist ze meteen hoe laat het was. Het arme kind was ook al smoor op Sam. Het zou dus niet lang meer duren voordat ze weer zonder receptioniste zouden zitten.

Delaney hoefde slechts naar dat gloeigezichtje te kijken om te weten dat Sam spoedig zijn befaamde ‘zaken gaan voor het meisje’ toespraakje zou moeten houden. Debby zou daarna ontslag nemen, in de hoop dat hij dan wel met haar uit zou willen.

‘Er zijn wat berichten voor je,’ zei Debby. ‘Ik heb ze in je kantoor gelegd. Sam heeft de meeste

klanten afgehandeld, maar er zijn er een paar die alleen door jou geholpen wilden worden.’Delaney knikte om aan te geven dat ze het begreep. Zij was verantwoordelijk voor de marketing- en verkoopkant van hun bedrijf, Sam schreef en redigeerde stukken voor het tijdschrift. Hoewel hij er geen enkele moeite mee had om af en toe haar plaats in te nemen, kwam het professionele kletspraatje met klanten bij haar een stuk natuurlijker over. ‘Zo, luilak, ben je daar eindelijk?’ sprak een diepe mannelijke stem pal achter haar. Onmiddellijk kreeg ze kippenvel. ‘Sam,’ zei ze zo nonchalant mogelijk, zichzelf mentaal voorbereidend op wat ze zou voelen wanneer ze hem voor het eerst in twee weken weer zag. Zoals gewoonlijk had de tijdelijke scheiding haar passie nog vergroot. Sam leek groter, breder en sexier dan ooit in zijn versleten spijkerbroek, gekreukte T-shirt en afgetrapte gympen. Omdat hij minstens één keer per week ging surfen, was hij altijd bruin. Sinds een jaar droeg hij zijn haar in van die belachelijke dreadlocks. De kastanjebruine lokken, die tot op zijn schouders hingen, waren deels door de zon gebleekt. Alles bij elkaar zou hij één groot wandelend cliché moeten zijn van een dertiger die wanhopig zijn jeugdig uiterlijk probeerde vast te houden. Dat gold echter niet voor Sam. Hij zag er geweldig uit. Zijn blauwe ogen glinsterden van plezier toen hij op haar afstapte. ‘Laney!’ riep hij, haar in zijn armen nemend. In de paar seconden dat ze tegen zijn brede warme borstkas werd gedrukt, werd ze bedwelmd door zijn geur. Hij rook naar dennenbos, de zon en exotische kruiden. Een geur die beslist niet uit een flesje kwam. Hij had een afkeer van aftershave. Mannen die luchtjes gebruikten, waren in zijn ogen verdacht. Die heetten vast allemaal Eugène en bewaarden hun autopapieren in een polstasje

Wat Delaney betrof zouden ze het natuurlijke aroma van Sam best in een flesje mogen doen. Het zou in menig parfumeriezaak een bestseller worden. ‘Het spijt me dat ik te laat ben. Ik had nog het een en ander te regelen,’ zei ze ontwijkend. Hevig slikkend om haar lustgevoelens te onderdrukken, wurmde ze zich uit zijn armen. ‘Hoe gaat het hier? Nog problemen gehad terwijl ik weg was?’ ‘Niets dat ik niet kon oplossen,’ antwoordde Sam.

Volgens haar voerde hij iets in zijn schild. Hij was té opgewekt, en zijn ogen glommen ondeugend.

‘Oké, wat heb je deze keer uitgehaald?’ vroeg ze gelaten. Ze deed altijd alsof ze zijn grappen haatte, maar stiekem vond ze het heerlijk dat hij er zoveel tijd in stak om haar in het ootje te nemen. ‘Deze keer heb ik echt helemaal niets gedaan,’ zei hij. ‘Iemand anders helaas wel.’ Zijn stem klonk gemaakt verontwaardigd. ‘Er is hier iets verschrikkelijks gebeurd.’ Hij pakte haar arm en duwde haar met

zachte dwang in de richting van haar kantoor. ‘Je kunt beter even meelopen.’

In één oogopslag zag ze het politietape, de met wit krijt getekende contouren van een lichaam op haar tapijt en de overhoop gehaalde papieren op haar bureau. ‘We weten nog steeds niet hoe ze binnen zijn gekomen,’ sprak Sam bewonderenswaardig bedaard. ‘Kennelijk hebben twee inbrekers hier ruzie gehad en toen is die ene –’ ‘Doe me nou toch een lol,’ onderbrak Delaney zijn leugenachtige tirade. ‘Alsof je me niet onmiddellijk mobiel zou bellen als iemand mijn kantoor was binnengedrongen.’ Kort tikte ze hem met haar wijsvinger op de borst. ‘Ik reken erop dat jij mijn

bureau weer keurig netjes opruimt.’ Breed glimlachend keek hij haar trots aan. ‘Geef nou maar toe dat je in het begin best wel even schrok.’ ‘Sam Kirk,’ zei ze hoofdschuddend. ‘Wanneer dringt het nou eens tot je door dat je voor mij zo doorzichtig als glas bent. Al die flauwe grappen van je heb ik al door voordat jij ze hebt verzonnen.’Hij haalde zijn schouders op. ‘Alsof jij voor mij geen open boek bent. Ik zag je heus wel twijfelen toen je naar dat politietape stond te kijken.’ Met een ivermoeide blik in de ogen begon Delaney met grote halen het gele tape los te trekken.

In haar kantoor liet ze haar tas op de grond vallen, ging op de rand van haar bureau zitten en keek naar Sam, die met zijn handen op de sponningen in de deuropening naar haar stond te grijnzen. Het was zo fijn hem weer te zien. Ze gaf toe aan haar onbedwingbare behoefte erachter te komen of ze gelijk had in haar oordeel over de vrouw die haar zojuist bijna onder de voet had gelopen. ‘Wie was eigenlijk dat goedgevulde blondje?’ vroeg ze nonchalant. Door jaren van oefening had ze er geen enkele moeite meer mee om bij dit soort vragen haar toon licht en ongeïnteresseerd te houden.

‘Coco,’ antwoordde hij. Met zijn hand maakte hij een wegwuivend gebaar. Die kon dus ook alweer vertrekken, dacht Delaney. Arme meid. Hoewel, ze had er nou niet bepaald uitgezien alsof haar hartje zojuist gebroken was. ‘Hoe lang was het deze keer? Eén week? Twee?’ ‘Drie, met aftrek voor slecht gedrag.’ ‘Slécht gedrag?’ ‘Ja, ik heb haar betrapt toen ze haar poedel vol op zijn kwijlende bekkie zat te zoenen. Daarna heb ik haar een poosje de tijd gegeven om haar mond te ontsmetten.’

‘Bah, wat smerig! En het arme beest zat natuurlijk onder de lippenstift. We zouden die Coco eigenlijk moeten aangeven bij de dierenbescherming.’ Sam schaterde luid. Zoals altijd wanneer ze hem aan het lachen had gemaakt, gloeide Delaney van plezier. Opeens realiseerde ze zich dat ze naar hem zat te staren. Hoe kon ze ook anders? Bewonderend gluurde ze naar zijn strak gespannen nek en de opbollende spieren van zijn borst en schouders, die goed uitkwamen in de zachte stof van zijn T- shirt.

Langzaam zwollen haar tepels op, en ze vouwde snel haar armen over haar borst. Dat was ook iets waar ze bij het samenwerken met Sam op moest letten: ongehoorzame lichaamsdelen die haar ware gevoelens zomaar konden verraden. Ook die zorg zou snel verleden tijd zijn! ‘Coco wilde dat we een foto van haar in ons tijdschrift zouden opnemen,’ zei Sam. Haar wenkbrauwen fronsend, keek

Delaney hem aan. ‘Ze lijkt me nou niet bepaald het type dat aan skateboarden doet.’ In gedachten zag ze die enorme borsten al heen en weer zwieren. De jongens op de skatebaan zouden buiten zinnen raken! ‘Dat is ook niet zo. Ze had me alleen verkeerd verstaan toen ik haar de naam van ons tijdschrift vertelde. Ze dacht dat ik Triple X bedoelde,’ zei Sam met een doodernstig gezicht. ‘Nee, dat meen je niet?’ ‘Jawel, hoor.’ Delaney giechelde. ‘Daarom had ze zo de pest in toen ik haar daarnet buiten tegenkwam.’

‘Echt waar?’ vroeg Sam gepikeerd. ‘Nou zeg, we hebben heus ook nog wel samen wat leuke dingen gedaan. Wat is er tegenwoordig toch met vrouwen aan de hand? Jullie zijn niet eens meer tevreden met een meervoudig orgasme.’

Opeens was Delaney hevig geïnteresseerd in het opruimen van haar bureau. Een meervoudig orgasme veroorzaakt door Sam Kirk. Van de gedachte alleen al begon haar slipje spontaan te smelten. ‘Hoe was je vakantie? Werd je niet helemaal gek van die loedertjes van Claire?’ ‘De vakantie was heerlijk. En die kinderen zijn helemaal geen loeders. Ze zijn… perfect.’ Haar stem werd

zachter toen ze dacht aan alle heerlijke momenten met de kinderen in de afgelopen twee weken. Bij het afscheid had Travis een prachtige tekening voor haar gemaakt. Elke avond had Tatum er bij het naar bed gaan op gestaan dat Delaney naar haar kamer zou komen om voor te lezen. De kleine Alana had herhaaldelijk Delaneys koffer overhoop gehaald voor een verkleedpartijtje. Volgens Claire was het een groot compliment dat Alana juist haar kleding daarvoor had gekozen. ‘Heb je nog een

beetje kunnen surfen?’ vroeg Sam. ‘De golfslag moet daar geweldig zijn.’ ‘Nee,’ antwoordde ze. ‘Ik heb gewoon een beetje gesparteld met de kinderen. Travis wil trouwens graag leren surfen.’ ‘Nou, lekker dan. Weer zo’n lastpak die alle goede golven inpikt. ‘Ho, ho, rustig aan, Mr. Kirk. Jij was ooit net zo’n lastpak die voortdurend voor de neus van andere surfers de golven indook.’ ‘Ik was niet

lastig. Ik was leuk. En ik barstte van het talent.’ ‘Van eigenwaan, zul je bedoelen.’ Hij grijnsde. ‘Ik heb je gemist, Laney.’ Gedachteloos krabde hij onder zijn T-shirt zijn buik. Ze werd getrakteerd op een kijkje op zijn strakke gespierde onderbuik. De gebruinde huid was bedekt met karamelkleurige krulletjes, die geleidelijk afnemend naar de rand van zijn favoriete spijkerbroek liepen. Met moeite wendde ze haar blik af en ademde diep in. Je moet het nu doen, sprak ze in gedachten. Nu of nooit. Als je te lang bij hem in de buurt bent, durf je het niet meer. ‘Eh,’ dwong ze zichzelf te zeggen, ‘ik wil je eigenlijk over iets spreken.’ ‘Natuurlijk,’ zei Sam. ‘Zeg het maar ‘Nou ja, het hoeft… niet nu,’ stamelde ze paniekerig. ‘Geen beter moment dan dit moment,’ zei hij veel te gevat. Hij had gelijk, al wist hij nog niet hoezeer hij het bij het rechte eind had. Kom op, Michaels, sprak ze zichzelf bestraffend toe. Stel je niet zo aan! Ze liep naar de deur en schopte hem dicht. ‘Een gesprek achter gesloten deuren,’ zei hij knipogend. ‘Dan moet ik wel iets heel erg verkeerd hebben gedaan.’ Delaney liep terug naar haar bureau. Vanuit haar stoel bekeek ze liefdevol nog eenmaal zijn knappe openhartige gezicht. Dit zou de laatste keer zijn dat ze hem kon zien zonder dat woede, frustratie of afkeer hun verhouding vertroebelde. De laatste keer dat hij gewoon haar beste vriend was, onbevangen en zonder problemen. Vooroverleunend, staarde hij haar nerveus lachend aan. ‘Wat is er nou? Ik word hier knap zenuwachtig van. Kom op, Laney, zeg iets.’ Ze sloot haar ogen, haalde diep adem en zei toen, over haar woorden heen struikelend: ‘Ik wil… ik wil je mijn helft van de zaak…

verkopen.’ ‘Sorry?’ Vol onbegrip keek hij haar aan. ‘Heb je geld nodig, of zo? Dat kun je dan toch

gewoon vragen? Je hoeft maar te zeggen hoeveel, en ik – ‘Nee!’ Krachtig schudde ze haar hoofd. ‘Dat is het niet. Ik wil weg, weg bij ons tijdschrift, Sam.